Gastverhaal

Dementerende vader dag thuis …
Door Thea Bergmans


Terug naar Home


Café bezoek? Na het overlijden van mam is pa, flink dementerend, nog een tijd bij mijn broer thuis geweest, maar door de neiging tot dwalen van pa, vooral ’s nachts, was een opname in een verpleeghuis onvermijdelijk. Ik heb een dag vrij en ga hem ophalen om een dag bij mij thuis door te brengen.

Als ik binnenkom begint hij al te lachen en te stralen, niet omdat hij mij herkent, maar omdat hij altijd geniet van ieder sprankje aandacht. Hij heeft geen flauwe notie wie ik ben. Onderweg roept hij bij ieder stoplicht; ‘vooruit, nou rij toch eens door’. Thuisgekomen drinken we gezellig eerst een kop koffie en de poezen liggen direct bij hem. Als iemand die altijd al een grote dierenvriend is geweest, geniet hij zichtbaar. Dan halen we de kinderen uit school en gaan gezamenlijk naar de supermarkt. Ik heb niet zoveel nodig, maar pa laadt de kar helemaal vol. ‘Mag opa dat?’, vragen de kinderen verbaasd omdat ik hem zijn gang laat gaan. ‘Ja, hoor’ zeg ik tegen hen, ‘als je zo oud bent als opa mag je dat’. Bij de kassa zijn ze bekend met de situatie en alles wat ik niet nodig heb wordt discreet aan de kant gezet. Tevreden na het shoppen gaat pa mee naar huis.

Terwijl ik kook hebben de kinderen en de poezen zijn volle aandacht. Ik hoor hem geregeld lachen. Tijdens het avondeten verbazen wij ons weer eens over de grote hoeveelheid eten die hij kan verstouwen. Zo’n iel mager mannetje. Hij weet zelfs het grootste deel van een flinke bak ijs op te eten. Dat heeft hij nooit gelust!!! Ook de bad- en bedtijd van de kinderen verloopt gezellig. ‘Geef papa maar een kusje’, zegt hij en braaf geven de jongens mijn man nog een kus.’ Opa bedoelt zichzelf’, leg ik uit. Opa krijgt giechelend nog een dikke pakkerd van de jongens. ‘Welterusten en droom maar fijn’, zegt hij tevreden. Ik ben vertederd, dat zei hij vroeger altijd tegen mij en nu zeg ik het ook iedere avond tegen de jongens. Beneden gekomen is het tijd voor een pilsje. Zichtbaar genietend zegt hij tegen mijn man; ‘Mooi café heb je hier’. Wij zijn het helemaal met hem eens. Even later kondigt hij aan honger te hebben, want hij beweert dat hij vandaag nog niets te eten heeft gehad. Discussie hierover is zinloos, dus we zetten knabbels op tafel. Hij tast weer flink toe.

Al het eten en het pilsje hebben hem doezelig gemaakt en ik vraag hem of hij mee naar ‘huis’ gaat. ‘Nee hoor’, kondigt hij aan, ‘ik ga pas naar huis als de zaak sluit’. Ik weet uit ervaring dat ik op verzet stuit als ik nu aandring en probeer het na een kwartiertje nog eens. Pa denkt echter zeker te weten dat hij in een kroeg zit die nog niet gesloten is. Hoe pakken we dit nu aan, want ik weet dat hij tegenwoordig behoorlijk agressief kan worden als je hem dwarszit. Het was zo’n leuke dag en ik wil dat het ook leuk blijft. Mijn man weet de oplossing. Hij pakt een oude tafelbel, rinkelt ermee en roept; ‘De laatste ronde!’ Pa krijgt nog een scheutje bier en drinkt het genietend op. ‘Kom pa’, zeg ik, ‘ze gaan het licht al uitmaken’. Probleemloos gaat hij met me mee.

Op zijn afdeling aangekomen gaat hij zonder nog naar me om te kijken met de verpleegkundige mee om naar bed te gaan. Een beetje verdrietig bedenk ik dat hij waarschijnlijk de hele dag alweer vergeten is. Toch wil ik van dit soort dagen blijven genieten zolang ik hem nog heb.






15 december 2009
Copyright © Thea Bergmans

Terug naar Home